Ik kan goed schrijven. mijn interviews zijn echt herkenbaar voor wie er praat, daarnaast schrijf ik ook graag beschouwend. leuk vind ik het, om hier wat korte fragmentjes uit eigen werk te delen. gewoon, omdat het lekker wegleest. en jij dat misschien ook een x prettig vindt. een echte tekst.

.

.

Creatief Ik deed een test, laatst. Een vrij uitgebreide persoonlijkheidstest. Het invullen van de test duurde 40 minuten, dus dan komt er wel wat uit. “Je hebt een heel brede interesse,” zei de mevrouw die alles uitlegde. “Met name in kunst en cultuur en creatieve uitingen.” Dat klopte wel. Maar het betekende ook dat ik me wat minder écht op één ding kon focussen, door die brede interesse. Ik raakte snel verveeld, zei ze. “En mijn strijkkralenprojecten dan?” dacht ik in mezelf. Of misschien zei ik het wel hardop, want er kwam ook uit dat ik heel open en eerlijk ben en ja hoor, daar is ‘ie weer, buitengewoon emotioneel.  

Na gut. Ik ben dus graag lekker bezig met strijkkralen. Dan ben ik echt in hyperfocus! Ik bedenk zelf hoe de pixels eruit zien van een plaatje dat ik wil maken. Althans, eerst bewerk ik het met een app. Dan verander ik de kleuren. En dan nog is het zoeken naar de juiste kralen. Avondenlang ben ik ermee bezig. Daarna ga ik weer schilderen. Of schrijven. Of stopmotionnen. Of.. Hoe dan ook. Blij met wie ik ben. 

.

.

Ziek Het was vorige week vrijdag toen ik er geheel willekeurig met zo’n ouderwetse zwembadhaak tussenuit werd geplukt. Weerloos. Onverwacht. “Zo. Jij bent aan de beurt. Ga daar maar staan.” Gerommel, papieren. Ik kreeg een gelig blaadje op mijn borst gedrukt. “Alsjeblieft. Griep.” Bam. Dus daar lag ik opeens, te hoesten in een hoekje van mijn bed. Uitgeschakeld. Het enige wat ik nu kon doen was slapen en hopen dat het de volgende dag weer was verdwenen. Maar dat was niet zo. De keel brandde, de neus verstopte en het enige wat verdween was mijn stem.  

Toen was het woensdag en zag ik licht. Niet van het hemelse soort, het ging juist eindelijk een stukje beter. Dit was het, nog even! En net toen ik dát dacht, werd ik een grote boog zo… terug mijn bed in geslingerd. “Ga daar maar weer liggen. Ik ben nog niet klaar met jou. Hier. Pak aan. Een longontsteking.”  

Dus nu lig ik hier.. te hoesten in een hoekje van mijn bed. 

.

.

Hardlopen Daar ren ik weer, dit keer door het centrum van Périgueux. Het is de derde keer al deze week, ik ken de weg, vlieg over weggetjes en door steegjes, heuvel op, kerkje, steegje, heuvel af. Dan de gekke stenen, even voorzichtig doen, hoekje om, en weer meters maken. De stad wordt langzaam wakker, terrasjes met mensen en zacht gekeuvel, de geur van croissants. Dan terug, naar de buitenwijk, naar het huis, naar de liefjes en een glas koude cola. Ik lach, om mezelf, om hoe stoer ik me voel, hier in een ander land, mijn lievelingsland, wederom op avontuur.  

En dan, op dat moment, floep. Daar ben je weer. Om me heen en naast me tegelijk. Adriaan. Wat heerlijk. Samen rennen we, al hebben we dat in het echt nooit gedaan. We waren 19, 20. Dronken rode wijn in het park en zo uit de fles, waar jij dan eerst de kurk helemaal had ingeduwd. Later thuis, in je studentenkamer aan de rand van de stad, de fles naast het bed met een kaars er in, tot het uiteindelijk een stompje was en er weer een nieuwe kaars werd opgeduwd.  Opeens werd je ziek. En was je er niet meer.

Maar nu is nu en nu ren ik hier, gelukkig te wezen met jou om me heen en ik ben blij dat dat nog steeds gebeurt. Even later, thuis in het huis. De rest gaat net eten. Tevreden schuif ik aan. 

.

.

spatels Ik ren mijn huis uit en kom een halve marathon later weer terug. Dat heb ik toch maar mooi zelf gedaan. Geen juichend publiek langs de kant. Geen andere lopers om achter te gaan hangen. Alleen mijn gedachten, de stad en mijn muziek. Beetje Nirvana, eentje van Jan Smit. Veel boemboemtakketak en ook Europapa. Helemaal alleen. Enkel een wandelaar hier en daar om te ontwijken. Een opspringende hond. De lucht is grauw. 

Nu ik er weer ben, ben ik blij dat ik er ben. Niet vanwege vermoeidheid of pijn, ik kon nog prima. Maar wel omdat ik dan weer bij mijn liefjes kan zijn. Dat is deze week nog een beetje belangrijker geworden dan anders. 

“Hoi!” roep ik in de hal. Huib is in de huiskamer. De rest is weg of boven. Hij kijkt schaatsen. Meteen een flashback aan vroeger, thuis. De televisie wat harder dan normaal. Mijn moeder vol overgave en in focus, alles volgend, alles wetend. Ondertussen, in de keuken de pannen op het vuur, waar ze dan af en toe naar toe liep om wat te roeren of in te strooien. 

“Hoe gaat het?” vraag ik. Maar ik moet even stil zijn, het is heel spannend. Ik snap het wel. Dus dan maar meteen naar boven. Douchen, joggingpak aan. Beetje rommelen. Weer beneden dan. Melk. Een boterham. Dan ga ik liggen op de bank. De Nederlandse schaatser heeft verloren. Jammer. 

Huib is inmiddels in de keuken. De geluiden van pannen en deksels en spatels.